Stel je voor dat je op een dag doodgaat, nee, stel je voor dat je op een dag wakker wordt en ziet dat AI je heeft dood verklaard. AI heeft je gedachteloos in de verleden tijd gezet. Er is geen enkel persoon aan te pas gekomen om deze ‘is’ te veranderen naar ‘was’.
Taalmodellen liegen niet, ze hallucineren. Maar als taal kansberekening wordt, hoe zeker is dan je eigen sterfdatum? Jij vertrouwt lijstjes niet die suggereren dat iets af is. Jij denkt liever zelf na, zeg je. Je bent opgegroeid met krant en televisie, miniknakworstjes in een steelpan, films met Sandra Bullock. In een van die films, The Net, wordt Sandra’s identiteit met een druk op de knop gewist. Een beetje zoals jij nu dood en tegelijk niet dood bent. In de jaren negentig waren we al bang om onszelf te verliezen in een digitaal net.
Het was een opluchting voor je om te horen dat de dood geen marathon was, waar je maanden voor moest trainen. Een sportief type ben je nooit geweest. Je lichaam weet precies hoe het moet sterven. In de jaren tachtig ben je een vrolijk kind dat tegen bomen praat, maar alleen als niemand luistert. Je bent ijverig en verlegen. Je hebt een roze, kleine rugzak en je fantaseert soms wat je meeneemt in die rugzak als je van huis zou weglopen. Hoeveel snoepjes tot je honger krijgt? Hoeveel stoffen zakdoeken, geurpennen, geplukte bloemen, geschaafde knieën? Als je een worm in tweeën deelt, zijn er dan twee wormen? Je begint met het maken van een lijstje. Je vraagt je af hoe lang altijd duurt.