Namaste

Op commando van Adriene adem ik in en uit en duw mijn lijf in een trillende driehoek. Ik strek mijn handen naar een denkbeeldige hemel, buig voorover en laat losss… Ik zit momenteel in een militante zelfverzorgingsfase die gepaard gaat met yoga en geld uitgeven aan mijn huis. De bank die ik ooit met mijn ex aanschafte heb ik met diezelfde ex op straat gezet (de bank, niet de ex) en vervangen door een nieuwe bank die lijkt op een glimlachende eendenbek (het dier, niet het instrument).

“Zij die hopeloze tuinen bouwen, durven te geloven in een toekomst.”

De drang naar een huis en huiselijkheid is een diep menselijk instinct. Zelfs in de Jungle van Calais zag je aan de randen van tenten tuintjes ontstaan. Keurig binnen de perken. Er is weinig zo ontroerend als een liefdevol bijeengeharkte strook grond van een vierkante meter terwijl die strook morgen weer omver gegooid kan worden. Zij die hopeloze tuinen bouwen, durven te geloven in een toekomst.

Onlangs verklapte een dichteres, die eventjes kanker had, dat zij heel verdrietig werd van het idee om te sterven (gebeurde niet) zonder dat zij ooit een eigen keuken had gehad. De dichteres was een jaar of dertig en had haar hele jongvolwassen leven een huis moeten huren en delen vanwege haar onzekere inkomsten. Wie geen vaste baan heeft, krijgt geen eigen keuken. Wie geen eigen huis heeft, krijgt geen kind. Ineens begreep de dichteres dat haar leven al een tijdje op pauze stond.

Misschien waren het de tuintjes van Calais die me inspireerden. Of de dichteres die verdriet had om haar keuken. Of het was de zelfverzorgingsfase. Hoe dan ook, ik moest een serviesset. Bij elkaar passende kommen en borden zouden mij verlossen van de twilight zone van quasi-volwassenheid. Niets straalt zoveel volwassenheid uit als bij elkaar passend servies, me dunkt.

Ik durf stilaan te geloven in een toekomst waarin ik zit op een eendenbekbank en eet van een prachtig handgeschilderd bord. Namaste.